In dit blogbericht gaan we dieper in op het concept van alomtegenwoordigheid en de maatschappelijke vraagstukken die het met zich meebrengt.
Wat is alomtegenwoordige computertechnologie? Oorsprong en realiteit
Tegenwoordig kom je de term 'ubiquitous' vaak tegen in kranten en op tv. Door de wijdverspreide adoptie van smartphones – waarmee we altijd en overal toegang hebben tot internet en informatie kunnen uitwisselen – is het concept van alomtegenwoordige computertechnologie, dat ooit als een vaag toekomstbeeld werd beschouwd, zelfs bij het grote publiek bekend geworden.
"Ubiquitous" (u-bi-qui-to-us) betekent "altijd en overal aanwezig" en verwijst naar een omgeving waarin gebruikers, ongeacht hun locatie, vrij toegang hebben tot een netwerk, zonder zich bewust te zijn van de computer of het netwerk zelf. Dit concept is ontstaan uit het idee van "computers van de toekomst", voorgesteld door Mark D. Weiser in 1991; hij voorspelde dat toekomstige computers op natuurlijke wijze zouden opgaan in het dagelijks leven, zonder dat gebruikers zich bewust zouden zijn van hun aanwezigheid.
Aanvankelijk werd het simpelweg gezien als computersystemen en netwerken verspreid over de fysieke ruimte, maar naarmate de digitale convergentie vorderde, werd het concept uitgebreid met alomtegenwoordige netwerken in combinatie met IT-technologieën zoals geïntegreerd bekabeld en draadloos internet, mobiele convergentie en RFID.
Bij het bedenken van een geavanceerde, alomtegenwoordige samenleving in de toekomst, komen verrassend realistische scenario's naar voren. Wanneer je 's ochtends wakker wordt, meet een bedsensor je lichaamstemperatuur, hartslag en bloeddruk tijdens je slaap en stuurt de gegevens door naar een ziekenhuis; wanneer je in een stoel gaat zitten, herkent deze je lichaamstype en past zich aan de optimale houding aan. Je auto zou je in realtime de beste route naar je bestemming kunnen wijzen en je koelkast zou de resterende ingrediënten kunnen identificeren en automatisch nieuwe bestellen voor het avondeten. Scènes die we vroeger alleen in films zagen, worden geleidelijk aan werkelijkheid.
De schaduwzijde van alomtegenwoordige technologie: privacy, vervreemding en afhankelijkheid
Het is echter de vraag of dergelijk gemak altijd tot een ideale samenleving zal leiden. Een herinnering uit mijn jeugd schiet me te binnen. Mijn mentor, alsof hij de acties van de leerlingen met röntgenogen kon doorgronden, zei: "Ik weet wat jullie thuis doen." Die woorden lieten een onheilspellende indruk achter: dat onzichtbare surveillance een samenleving zou kunnen beheersen. Een alomtegenwoordige samenleving draagt de potentie in zich om die onrust werkelijkheid te laten worden.
Het eerste probleem betreft het lekken van persoonsgegevens en schendingen van mensenrechten. Het creëren van een alomtegenwoordige omgeving vereist het verzamelen van gebruikersgegevens. Wanneer u online winkelt, worden gegevens bijgehouden over wanneer, waar en hoe u betaald heeft. Analyse van deze gegevens onthult uw consumptievoorkeuren. Consumentendatabases die via data mining worden verzameld, leiden tot gerichte marketing. Gebruikers kunnen zich in een situatie bevinden waarin hun persoonlijke gegevens – zonder hun medeweten – de grondstof worden voor de 'gerichte strategie' van iemand anders.
Thuis genereren apparaten die via een thuisnetwerk zijn verbonden grote hoeveelheden data. Hoewel het handig is om een koelkastscherm te hebben met een boodschappenlijstje, houdbaarheidsdata en aanbevolen recepten, kan elke beweging binnenshuis openbaar worden gemaakt als die informatie naar internet wordt geüpload of als de thuisserver wordt gehackt. Op straat leggen onbemande bewakingscamera's mensen in realtime vast, en in auto's registreren black boxes die ongelukken vastleggen locatie- en gedragsgegevens. Deze realiteit van "huizen, straten en auto's zonder geheimen" vormt een ernstige bedreiging voor de persoonlijke privacy.
Het tweede probleem is dat alomtegenwoordigheid een nieuwe klasse van gemarginaliseerde mensen kan creëren. Niet iedereen heeft toegang tot dezelfde apparatuur en diensten. Mensen met een beperking, ouderen en mensen met een laag inkomen vinden het moeilijk om te profiteren van de voordelen van geavanceerde diensten vanwege fysieke en economische beperkingen. Naarmate er meer diensten – zoals IPTV, draagbare apparaten en telematica – op de markt komen, kan de digitale kloof tussen "zij die het zich kunnen veroorloven" en "zij die het zich niet kunnen veroorloven" verder groeien.
Laten we een eenvoudig voorbeeld bekijken. Sommige mensen kunnen de kleding die een beroemdheid op tv draagt direct kopen; anderen zoeken online naar de kleding; weer anderen gaan van winkel naar winkel; en dan zijn er nog degenen die het zich helemaal niet kunnen veroorloven. We kunnen ons dan niet anders dan afvragen of alomtegenwoordige technologie een universele kracht is of juist een bron van nieuwe ongelijkheid.
Het derde probleem is de toenemende afhankelijkheid van machines en de daaruit voortvloeiende kwetsbaarheid. Een levensstijl waarin alles automatisch wordt aangepast aan de gebruiker is uiterst comfortabel, maar als er een systeemfout optreedt, kunnen de gevolgen catastrofaal zijn. Mensen raken bijvoorbeeld gewend aan een omgeving waarin temperatuur, luchtvochtigheid en verlichting automatisch worden geregeld via een thuisnetwerk. Daardoor neemt hun vermogen om te reageren op systeemstoringen af, wat kan leiden tot gezondheids- of veiligheidsproblemen. Mensen lopen het risico onbewust kwetsbaar te worden voor externe veranderingen, net als "planten in een kas".
In dit opzicht wordt de alomtegenwoordige omgeving vaak vergeleken met een modern elektronisch panopticon. Het panopticon, bedacht door Bentham in de 18e eeuw, was een bewakingssysteem dat bedoeld was om gevangenen zelf discipline bij te brengen door middel van een structuur waarin ze niet konden zien of er een centrale toezichthouder aanwezig was. Door de mogelijkheid te bieden om altijd en overal in de gaten gehouden te worden en anderen in de gaten te houden, laat de alomtegenwoordige omgeving de ruimte open voor het controleren van individueel gedrag of voor machthebbers om bewakingsinstrumenten te misbruiken. In die zin is de dreiging van "Big Brother" geenszins louter sciencefiction.
Uiteindelijk, als degenen die alomtegenwoordige technologie ontwikkelen en implementeren – samen met beleidsmakers – alleen de voordelen van de technologie benadrukken en nalaten zich voor te bereiden op de schaduwzijden die erachter schuilgaan, kan de mensheid nog groter onheil tegemoet gaan. In een alomtegenwoordige omgeving heeft iedereen in feite het zwaard van surveillance in handen, en of dat zwaard een wapen wordt dat de mensenrechten schendt of een instrument dat ze beschermt, hangt af van hoe we ervoor kiezen om het vorm te geven en te institutionaliseren.
Gezien het tempo van technologische vooruitgang en de ontwikkeling van infrastructuur, zullen veel elementen van een alomtegenwoordige omgeving naar alle waarschijnlijkheid binnen enkele decennia werkelijkheid worden. Daarom is een langdurig en zorgvuldig maatschappelijk debat nodig om te bepalen in hoeverre deze technologie moet worden toegepast en binnen welke grenzen deze moet worden beperkt en gereguleerd. De hoogste prioriteit is het bereiken van een maatschappelijke consensus die minimale mensenrechten en privacy garandeert vóór de implementatie.