Waarom assimileerden Griekse intellectuelen zich geleidelijk aan de heersende ideologie van het Romeinse Rijk?

In deze blogpost onderzoeken we de intellectuele evolutie en de historische context die ervoor zorgden dat Griekse intellectuelen onder het Romeinse bewind de overstap maakten van inschikkelijkheid en compromissen naar uiteindelijke assimilatie.

 

Halverwege de 2e eeuw n.Chr. hield Aristides, een Griek uit een Romeinse provincie, de Oratie tegen Rome, een rede waarin hij de kenmerken van de Romeinse heerschappij beschreef. Deze tekst is van bijzondere betekenis als een eigentijds getuigenis van het Romeinse Rijk en als commentaar vanuit het perspectief van een provinciale of koloniale intellectueel – niet dat van een veroveraar. Zijn uitleg van de principes van het Romeinse bestuur was echter in feite onbekend bij de Romeinen zelf. Zo prees hij de openheid van het Romeinse burgerschapsbeleid en interpreteerde hij dit als een ideologisch principe gericht op het realiseren van universeel burgerschap. Toch zagen de Romeinen zelf geen enkele ideologische overweging achter dit beleid. Voor hen was het verlenen van burgerschap aan provinciale elites slechts een strategie van verdeel-en-heersbestuur.
Aristides had echter goede redenen om het Romeinse beleid op ideologisch niveau te proberen te begrijpen. Meer dan 300 jaar lang hadden Griekse intellectuelen zich beziggehouden met discussies over de aard van de Romeinse macht en de houding die de Grieken onder Romeins bestuur moesten aannemen. Sinds ze halverwege de 2e eeuw v.Chr. onder Romeinse heerschappij vielen, hadden Griekse intellectuelen zich diepgaand gebogen over hoe de Grieken moesten reageren. De eersten die dit bespraken, waren de filosofen Panaetius en Posidonius, actief in de 2e tot 1e eeuw v.Chr. Hun argumentatie was gebaseerd op de bewering dat de heerschappij van de besten over de zwakken zelfs de zwakken ten goede kwam. Door deze logica namen de Grieken een conformistische houding aan door de morele legitimiteit van het Romeinse bestuur te erkennen. Maar waren de Romeinen werkelijk de besten? Gezien de frequente beschuldigingen door provinciale inwoners aan het adres van de militaire commandanten en ambtenaren die destijds in de provincies gestationeerd waren, was het antwoord niet moeilijk.
Ondertussen, nadat het Romeinse politieke systeem in het begin van de eerste eeuw n.Chr. van republiek naar keizerrijk was overgegaan, begon het materiële bestuur in regio's die voorheen slechts bezet waren geweest. Hierdoor werd de Romeinse heerschappij steviger gevestigd en werden de voordelen van de vrede die Rome bracht geleidelijk aan als vanzelfsprekend aanvaard. Bovendien nam het gevoel van verloren vrijheid bij de Grieken aanzienlijk af naarmate Romeinse keizers steeds meer rekening hielden met de Griekse cultuur. Gedurende deze periode waren de Grieken bereid compromissen te sluiten met de Romeinse macht in ruil voor erkenning van hun culturele autoriteit in literatuur en filosofie. Dit zou een compromisbereidheid kunnen worden genoemd. Zo beweerde de historicus Dionysius uit het begin van de eerste eeuw, bij gebrek aan empirisch bewijs, dat de Romeinen in wezen van Griekse afkomst waren, waarmee hij een soort assimilatietheorie naar voren bracht. Dit was echter niet louter vleierij jegens de Romeinen, maar een teken van compromis ten gunste van de Grieken. De perceptie groeide dat er geen noodzaak was om de Romeinen, die als veroveraars waren geslaagd, opzettelijk tegen zich in het harnas te jagen. De redenaar Dio, die rond dezelfde tijd actief was, voorspelde dat als de keizers niet zouden degenereren, Rome een genereuze heerschappij zou uitoefenen en de harmonie zou verwezenlijken die de Grieken al lang idealiseerden. In die tijd streefden de Grieken nog steeds naar het behoud van hun identiteit.
Maar ten tijde van Aristides verschoof de houding van provinciale intellectuelen geleidelijk richting assimilatie. De historicus Appianus beschouwde het keizerlijke systeem als een bron van stabiliteit, vrede en welvaart, en beschreef de overgang van Rome van republiek naar keizerrijk als een soort zegen. Dit toont aan dat hij een sterker gevoel van eenheid voelde met het nieuwe systeem dan de traditionele Romeinse heersende klasse, die nog steeds nostalgisch was naar de republiek. Bovendien legde Aristides in zijn Romeinse pleidooien niet langer de nadruk op voordelen en aandacht voor Griekenland, maar plaatste hij in plaats daarvan het perspectief van het keizerlijke burgerschap centraal. Hij stelde dat binnen de vrede die het keizerlijke bewind bracht, de Griekse regionale elites niet langer onderling vochten om de bestuursmacht, wat in feite de depolitisering van de koloniale elites poneerde. De wereld die Aristides schetste, was er een waarin de politieke autonomie van alle provinciale steden oploste binnen het kader van het uitgestrekte rijk.
Bovendien had Rome vanuit zijn perspectief een duidelijk voordeel ten opzichte van eerdere rijken, met name Perzië, wat betreft bestuurlijke organisatie en bestuursfilosofie. De Romeinse bestuursstructuur werd gekenmerkt door zijn uitgestrektheid en systematische aard; deze systematisering betekende de depersonalisering van het bestuur, wat in schril contrast stond met de willekeurige heerschappij van de Perzische koning. Zo illustreert Roman Songsa levendig de houding van Griekse intellectuelen halverwege de 2e eeuw n.Chr., toen de Pax Romana zijn hoogtepunt bereikte. Ze sympathiseerden met en sloten zich aan bij het Romeinse beleid, en assimileerden uiteindelijk in het rijk. Deze houding weerspiegelt het denken van de provinciale intellectuelen over de nieuwe orde en identiteit die onder het Romeinse bewind ontstonden. Deze houding heeft zelfs vandaag de dag nog een belangrijke historische betekenis, omdat ze de culturele basis verklaart die de continuïteit en integratie van het rijk mogelijk maakte.

 

Over de auteur

auteur

Ik ben een "kattendetective". Ik help vermiste katten te herenigen met hun families.
Ik laad mezelf op met een kop café latte, geniet van wandelen en reizen, en verdiep me in mijn gedachten door te schrijven. Door de wereld nauwlettend te observeren en mijn intellectuele nieuwsgierigheid als blogger te volgen, hoop ik dat mijn woorden anderen kunnen helpen en troosten.